Marius Dek
De weg in Las Vegas (14)

Vlak voor de start stond ik nog te praten met een Amerikaan die ongeveer dezelfde tijd als ik wilde gaan lopen (1u30). Ik vroeg mij af hoe het slaaptekort en het langdurig opgevouwen in het vliegtuig zitten mij zou beinvloeden, nog druk bezig met deze gedachte klonk het startschot. Aangezien ik in de eerste startgroep was ingedeeld kon ik heel makkelijk wegkomen en zat al gauw in een goed ritme. Men startte in groepen, iedere halve minuut werd er een groep van zo’n 900 mensen losgelaten, dat bevorderd een soepel verloop en geeft geen problemen voor de starters. Eenmaal in mijn ritme gekomen liep ik de eerste mijlen in een makkelijke cadans, ik voelde geen vermoeidheid. Het leek alsof de weg alleen maar naar beneden liep. Na een klein uur begon de eerste vermoeidheid zich aan te dienen, mijn tijden liepen per mijl terug. Inmiddels waren we weer aan de terugweg op de Strip begonnen, nu leek het alsof de weg lichtjes opliep. Uiteindelijk heb ik de tijdwinst die ik had geboekt ook weer verloren, ik kwam uit op een mooie tijd: 1u30m23sec, ruim voldoende voor een overwinning in mijn leeftijdsklasse. Helaas heb ik dat later pas in een hotel in San Francisco kunnen waarnemen, eerder stond het niet op internet. Een huldiging van alle klassewinnaars zat er niet in, waarschijnlijk was dat teveel moeite: uitermate jammer.

Die nacht heb ik een bijzondere droom gehad. Ik stond op een enorm podium in Las Vegas, samen met alle winnaars en het was mijn beurt om een uitgebreide huldiging te ondergaan. Het Wilhelmus klonk, dat hadden ze snel tevoorschijn getoverd! De Nederlandse vlag werd gehesen en de “rondemiss” gekleed in een kunstige jurk van speelkaarten kwam op me af met een grote bos fiches en een zakje gouden dobbelstenen. Ze had een bekend gezicht, het bleek Cher te zijn, nu een stuk beter bij stem dan ’s morgens vroeg. Ze zong ons volkslied uit volle borst mee in perfect Nederlands. Ze omhelsde me en kuste me op beide wangen, net toen ze dat nogmaals wilde doen werd ik aan mijn schouder geschud. “Marius, Marius, wakker worden”, mijn vrouw bleef net zo lang schudden tot ik wakker was. Het heeft een dag geduurd voordat ik die mooie droom van me afgeschud heb.

De weg in Las Vegas (13)

Las Vegas slaapt nooit. Zondagmorgen om 4uur10 liep ik mijn eerste kilometers op de Strip als warming-up, de start was om 7 uur. Zigzaggend langs verliefde stelletjes en aangeschoten gokkers liep ik langs Caesar’s Palace de Strip noordelijk op en dezelfde weg weer terug. Ook mijn ontbijt was iets anders dan ik gewend was: twee zoete donuts met veel water. Daarna met de monorail om 6 uur naar de start bij Mandalay Bay. De monorail was afgeladen met lopers en loopsters in alle maten en vormen. De maat van de gemiddelde loper is hier toch wat anders dan in Nederland. Waar in Nederland enigszins meewarig wordt gekeken naar lopers met een overbodig vetrandje, is het hier andersom, ik werd geconfronteerd met mijn stakerige uiterlijk, mijn ribben zijn stuk voor stuk zichtbaar en ieder gewricht is knokerig. Wellicht was men ook jaloers vanwege mijn opvallend magere lopersuiterlijk en ingevallen wangen. De monorail dus voerde een niet aflatende stroom deelnemers aan, het moeten er meer dan 30.000 zijn geweest gelet op de hoogte van de startnummers. Ik hoefde me niet veel meer op te warmen, de kilometers eerder die ochtend waren voldoende. Voordat we echter konden starten moest eerst het volkslied ten gehore worden gebracht, typisch Amerikaans. We hadden dit al eerder meegemaakt bij een rodeo in Cody, Wyoming waar iedereen uit volle borst meezong. Nu echter was het aantal meezingers zeer beperkt, een teken van afnemend chauvinisme of wilde men slechts energie sparen voor de komende slopende mijlen? De onvermijdelijke celebrity die het ten gehore bracht was Cher die duidelijk nog niet geheel wakker was, net zoals lopen om 7 uur ‘s morgens niet meevalt, vile het haar ook niet mee haar stem onder controle te krijgen. God, wat zong dat mens vals! Ik vroeg mij af hoe ik het niet geringe slaaptekort en het langdurig dubbelgevouwen in een vliegtuig zitten zou verteren.    

Het startschot klonk en we vertrokken onder een de stellage waarop een Blues Brothers revival band met aanstekelijk enthousiasme stond te spelen.

De weg naar Las Vegas (12).

Nog ruim een week en dan sta ik aan in de meest onnatuurlijke omgeving en ga het meest natuurlijke doen: hardlopen in Las Vegas. Het steeds maar slechter wordende weer laat mij snotteren en proesten, mijn dochter is net ziek geweest en ik heb een staartje meegepakt. Ik hoop niet dat het erger wordt en ik Vegas niet eens haal of de halve marathon in drie uur loop of zo. Het blijft maar regenen, woensdagavond stond ik training te geven in de stromende regen, van mijn sprinters en hordenlopers waren er twee ziek en de derde zat als een dood vogeltje binnen, geheel voor niets naar de training gekomen. Ik moet amerikaanser denken, positief en jubelend door de regen lopen, denkend dat slechts een enkele druppel mij raakt en dat ik zeker zonder problemen in Las Vegas zal lopen. Ik ben echter een protestant denkende Nederlander die alleen het slechtste verwacht en verrast is mocht het toch goed gaan. Ik loop op eieren, denkend dat iedere zandkorrel mij een enkelverzwikking op zal leveren, iedere regendruppel een graad hogere lichaamstemperatuur, ik twijfel aan mijn voorbereiding, heb ik wel genoeg gelopen??? Loop ik vogende week weer niet te weinig?????? Kan ik de halve marathon nog wel aan????????? Zal de jetlag me niet de das omdoen???????? Vliegt het vliegtuig wel op tijd??????? Halen we de aansluitende vlucht wel????????? Kloppen de reserveringen wel????? Mag ik eigenlijk Amerika wel in??????? Heb ik alles wel meegenomen??????? Zal ik extra loopkleding meenemen??????? Is er wel shampoo op de hotelkamer????????? Is Las Vegas eigenlijk wel leuk en kom ik er nog uit????????? Help!!!!!!!!!!!!!!

De weg naar Las Vegas (11).

Ik heb geen zin meer om te lopen, geen trek om moe te worden, zwetend door de regen te lopen, interval te trainen op de baan, de kou en de stevige wind die altijd in mijn nadeel waait verder te  trotseren: ik heb een runnersblock. Ik wist niet dat het bestond totdat ik het had. Ik heb ook het idee dat ik niet helemaal alleen ben, want op de nu zeldzame momenten dat ik mijn neus buiten de deur steek en me op de atletiekbaan meld, is het daar minder druk. Het slechte weer en de kale bomen spelen me parten. De veelal lage luchtdruk doet de motivatie en inspiratie geen goed, evenmin als het voortdurend geroffel van uiteenspattende regendruppels op het raam. Hierdoor en de al dagen zich verstoppende zon wil ik alleen tussen de klamme lappen blijven liggen hopend op een zich onverwacht aandienende winterslaap. Dat is jammer genoeg alleen voorbehouden aan (ijs)beren in het hoge noorden, terwijl ze een oneerlijke isolerende hoeveelheid vet en een dikke bontjas hebben. Reden genoeg om de kou te trotseren, terwijl ik, broodmagere hardloper, juist een winterslaap nodig heb of natuurlijk zon en warmte. Helaas is mijn beurs te plat om in een warm land te overwinteren, ik zal tot de lente aanbreekt het moeten doen met tien lagen kleren, een dubbel paar schoenen en zes mutsen……..

De weg naar Las Vegas (10).

Donderdag 11 november trok de eerste stormdepressie van de herfst over ons land. Ik stond in dubio of ik ’s avonds met de reguliere training mee zou doen en heb eerst de buienradar geraadpleegd. Daaruit dacht ik te kunnen concluderen dat het droog zou blijven, wind is tot daar aan toe, maar zware regenval voordat ik nog een stap de deur uit gezet zou hebben ging me iets te ver.

Het zou dus droog worden…… juist, u voelt al nattigheid.

Toen ik naar de atletiekbaan in Goes liep was het nog droog, daar aangekomen begon het al te druppelen. Na het inlopen en de onvermijdelijke oefeningen voorgegaan door Piet barstte het los, een koude  en langdurige waterval met een hels slotakkoord: een bolbliksem die op minder dan 100 meter op een vers geploegde akker insloeg en het werk van de boer nog eens overdeed. Die bliksem scheurde de lucht hoorbaar open en die knalde met een ongelofelijke klap weer dicht. Een paar hondersten van een seconde dachten we dat onze vrienden van de politie een snelheidscontrole stonden uit te voeren en dat we dus te hard liepen, toen kwam de knal. De hele groep stond in recordtijd tegen de zijgevel van het dichtstbijzijnde huis: trillend van schrik en de ijskoude regen. Na enige tijd vervolgden we enigszins onzeker onze weg, de training werd in de bebouwde kom afgemaakt en ik dacht nog even terug aan de buienradar. Is het nu zo moeilijk om in dit gedigitaliseerde supersnelle tijdperk een buitje aan te zien komen? Kan die site niet gedeletet worden????

De weg naar Las Vegas (9).

De aanloop naar de halve begint steeds sneller te gaan. Inmiddels heb ik wat trim- en wedstrijdloopjes achter de rug, waarvan de halve marathon in Etten-Leur de laatste was. De resultaten zijn hoopgevend, alhoewel ik enkele jaren geleden de laatste halve gelopen heb. Ik moest weer wennen aan de afstand, een uur lopen op een relatief hoog tempo is geen probleem, alleen dat laatste stuk nog….

Ook het lopend drinken uit een plastic bekertje was ik helemaal verleerd, bij de eerste verversingspost waar ik het probeerde, was een stevige hoestbui mijn deel, ik moest daardoor het groepje waarin ik zo comfortabel liep laten gaan. Ik heb nog geprobeerd het in te halen, maar dat had ik beter kunnen laten gezien het laatste stuk, maar ondanks mijn leeftijd heb jonge-honden-gedrag nog niet afgeleerd. 

Omdat een aantal jaar geleden jongemannen van 35 jaar en ouder tot master (vroeger heette dat veteraan) zijn gebombardeerd en men in Etten-Leur met 10-jaars groepen werkte, was ik ingedeeld bij de masters 55+, de jonkies dus. Ik werd daarin 4e, maar wel eerste “bejaarde” (60+er).

Ondanks de loodzware laatste kilometers, heb ik er toch een goed gevoel aan over gehouden, temeer omdat ik twee dagen later weer zonder problemen of uitzonderlijke stijfheid op de baan kon trainen.

Het verbaast me trouwens zeer dat er zulke matige tijden zijn gelopen, het eerste startvak was gevuld met mensen die 1u30 of sneller zouden gaan lopen, de helft heeft dit zeker niet gedaan, zelfs niet benaderd. Wellicht hoort u me denken dat was vroeger wel anders, welnu dit heeft u beslist verkeerd gehoord………

Leupen met Reuderick (9)

Eigenlijk: Stilstaen met Leudewijck., hij is namelijk degene die onderstaand relaas aan het papier heeft toevertrouwd.

Ik voel mij overbodig, sterker nog, ik ben het. Sinds ik mijn landgoed niet meer in mijn bezit heb door ondermeer investeringen via Dirk en een depot bij een Scandinavische bankinstelling, zit ik volledig aan de grond. In financiele zin lever ik nog slechts een negatieve bijdrage aan het maatschappelijk  verkeer. Ik ben aangewezen op een zakcentje van overheidswege, slechts het meest noodzakelijke kan ik me nog veroorloven. Aangezien ik mij nooit in een  maatschappelijk nuttig vak bekwaamd heb, zijn ook de wegen om werkend (!) mijzelf te onderhouden geheel tot mislukken gedoemd. Mijn kinderen zijn beiden geemigreerd en mijn vrouw heeft mij in de steek gelaten voor een of andere schimmige Franse markies en aldus blijvend voor een rijk adellijk leven gekozen. Ik ben niemand, behalve de Nederlandse staat, tot last, doch ook niet tot lust. Ik heb slechts nog mijn adellijke titel, dit levert mij echter niets op. Mijn naam heb ik moeten wijzigen, het was Lodewijck van Stillestanth tot Leupen, nu mag ik mij  Van Leupen tot Stillestanth noemen en ben gedegradeerd tot jonkheer; geen graaf meer, het leven lacht mij bepaaldelijk niet toe. Nu besef ik dat er vele Nederlanders met mij bijdragen tot een negatieve balans in dit land, het wordt regelmatig van de daken geschreeuwd door een ordinaire Limburger die ook nog zijn best doet op Mozart te gelijken, links en rechts mensen beledigend en trachtend Nederland om te vormen tot een intolerant rechts broeinest.

Het meest weerzinwekkend is zijn cultureel barbarisme, de sukkelaar bestaat het te trachten ons rijk muziekleven van ons af te nemen, hij noemt het een linkse hobby: een absurde contradictie.

Wellicht is het beter ons en masse als het bekende Noorse  knaagdiertje van de rotsen te werpen, helaas ontbreekt het ons aan de middelen naar deze rotsen te reizen, we zullen het moeten doen met de Bergse of Schouwse duinen hetgeen, vrees ik, nauwelijks resultaat zal opleveren. Het zou de huidige regering sieren ons kanslozen een enkele reis rotsen Noorwegen te schenken, alwaar wij ons dan een laatste maal nuttig kunnen maken. Ook een enkele reis naar Japan om daar op de Fujiyama ons verscheiden af te wachten zou wellicht een optie zijn. Welnu, de schraapzucht van de nieuw aangetreden regering kent geen grens, wachten tot er zich enige beweging voordoet op dat terrein is ijdele hoop, er rest ons nog een enkele reis Parijs (liftend uiteraard) om onder de bruggen van de Seine mijn ongetwijfeld droevig lot af te wachten, hopelijk volledig bedwelmd door een goedkope rode wijn……….

Leupen met Reuderick (8)

De aanleiding dat ik u  telkenmale waarschuw voor de marathon en erger is  zeer persoonlijk. Mijn goede vader is op 33-jarige leeftijd aan het hardlopen verslingerd geraakt; na  een moeizaam begin is hij volledig geinfecteerd met het loopvirus. Dit woekerde voort in zijn min of meer benevelde brein. Men zegt vaak dat sporten een gezonde verslaving is, doch ik kan dit niet onderschijven omdat vader steeds meer in beslag genomen werd door zijn nieuwe hobby. Hij verwaarloosde zijn landgoederen en het financiele beleid liet zeer te wensen over, waardoor de familie ernstig in verlegenheid werd gebracht. Dit bracht een onzer ooms ertoe in te grijpen, hij heeft ons begeleid naar de volwassenheid zodat wij de familiezaken zelf konden behartigen. Ik heb samen met mijn broers Lodewijck en Willem-Jan de landgoederen opgesplitst. Willem-Jan heeft hierin slecht een adviserende rol in gespeeld, het was zijn wens zich aan andere zaken te wijden. Lodewijck en ik hebben ons beiden aan het toegewezen landgoed gewijd. Helaas zijn wij toch uit een ander gegroeid, Lodewijck had een geheel eigen visie op de bedrijfsvoering van zijn landgoed, jammer genoeg met een fatale afloop. Zodoende ben ik nu nog de enige gefortuneerde Van Stillestanth tot Leupen. Willem-Jan is gemoderniseerd, hij heeft de nieuwe media omarmd en is druk doende zijn eigen bedrijf op te bouwen, hetgeen hem aardig schijnt te lukken, wellicht dat hij op eigen kracht weer tot de gefortuneerde elite kan gaan behoren.

Mijn goede vader dus is geheel verslaafd aan het lopen ten onder gegaan. Hij hield het in den beginne nog onder controle en liep niet verder dan een halve marathon, doch gaandeweg raakte hij geheel geobsedeerd door gelopen tijden, hartslagmeters en een ideaal loopgewicht, kortom hij raakte de kluts kwijt. Hij wijdde zijn verdere bestaan aan de heilige marathon die hij dagelijks aanbad; wellicht waande hij zich in de tijd van onze voorvaderen waarin het voetvolk gewoon was grote afstanden te voet af te leggen. Hij werd magerder en magerder, op den duur nauwelijks nog waarneembaar. Hij hield echter vol dat hij zijn ideale gewicht nog niet had bereikt en bleef afvallen totdat hij geheel vervaagde. Een zich snel voortbewegende lijn richting niemandsland is het laatste wat men nog van hem heeft waargenomen, ons in vertwijfeling achterlatend. Uiteindelijk is mijn broer Lodewijck hieraan ten gronde gegaan. Van zijn relaas zal ik u later deelgenoot maken. Willem-Jan schijnt het hardlopen ook te hebben opgepakt; ik mag hopen wat minder gedreven dan zijn vader.

Leupen met Reuderick (7).

In mijn voorgaande column heb ik u gemaand de marathon zeker niet te lopen. Ook deze keer wil ik u daarvoor ten diepste waarschuwen, ik heb in algemene zin al aangegeven dat u zeker last zult krijgen met uw lichaam; u zult zeer teleurgesteld zijn ondanks een enigszins euforisch gevoel na het overschrijden van de finishlijn. Dat gevoel kan vrij snel al ontaarden in een poging van uw maag zich op onorthodoxe  en snelle wijze te ledigen. Ook uw spieren zullen nog dagenlang protesteren tegen de ondergane mishandeling; u zult zich een enigszins andere wijze van voortbewegen eigen dienen te maken, zeker op trappen komt dit duidelijk tot zijn recht.

Laatst kwam mij ter ore dat er stumpers zijn die zelfs grotere afstanden dan de marathon hardlopend trachten te overbruggen, er zijn er die dit zelfs lukt. Alle afstanden boven 10 km nopen een weldenkend mens al zijn automobiel voor te laten rijden om zich op ordentelijke wijze voort te bewegen, laat staan afstanden die de marathon ruimschoots overschrijden. U leest het goed, deze lieden bestaan, het is gelukkig een kleine groep, doch zij kunnen zich vrij in onze maatschappij begeven. Vrinden, houdt u verre van deze lieden, zij zijn zo mogelijk nog erger dan marathonlopers! Men herkent ze aan een uitgemergeld voorkomen, een doffe blik in de ogen en een slepende voetstap.

Hierna volgt een stukje uit het relaas van zulk een mens, het zal u de schellen van de ogen doen vallen.

De eerste 40 kilometer verlopen vlekkeloos op schema. Ik loop de rondes als een Zwitsers uurwerk en voel geen centje vermoeidheid. De tien kilometer die erop volgen gaan iets moeizamer, maar ik kom toch door in 3,47 uur. Na ongeveer 53 kilometer slaat de kramp plots toe in mijn rechterkuit. Niks aan de hand, je kunt er als het ware ‘omheen’ lopen door de kuit niet te belasten en meer met het bovenbeen te gaan lopen. De kramp verdwijnt weer, maar het is toch een waarschuwing. Het gaan langzaam maar consequent moeizamer, maar dat had ik zo berekent. Toch schrik ik als bij het 60 kilometerpunt blijkt dat ik 55 minuten over de laatste tien kilometer heb gelopen. Ik had gedacht dat ik nog iets sneller zou zijn.

Na het zestig kilometerpunt loopt de weg, net als na alle doorkomsten, nog even rechtdoor en daarna linksaf. Als ik linksaf het rustige pad op loop – het was namelijk erg druk met toeschouwers in de finishstraat – slaat de kramp toe. Het rechterbovenbeen, de rechterkuit en het linkerbovenbeen lijken elkaar als een symfonisch kramporkest af te wisselen. Het voelde als een donderslag bij heldere hemel, maar dat was het achteraf niet. Ik had veel te weinig gedronken. Een grote beginnersfout. Maar die mag ik maken, vind ik zelf. Het lopen werd op die manier erg pijnlijk en ik besluit een paar honderd meter later even te gaan zitten langs de kant. Een paar minuutjes later probeer ik weer te lopen, maar de kramp slaat weer toe. Nog maar eens stoppen. Plotseling besef je dat het wel erg moeizaam gaat. Gek genoeg kun je op dat moment alleen nog maar denken aan alle moeizame aspecten van zo’n loop, waar je eerst in gedachten bezig was met muziek, geschiedenis, en tal van andere op dat moment irrelevante zaken.

Bij kilometer 63 ga ik weer liggen. Het publiek bood me gedurende die korte stops steeds water aan, waar ik dan ook gebruik van maakte. Op dat moment lijkt de kramp ook tussen je oren te kruipen; hoe moet je op deze manier nog 37 kilometer gaan lopen? Het lijkt of iemand met een hamer op de knieschijven heeft geslagen en de maag lijkt zich nog maar eens om te draaien. De voeten doen ook zeer. Kortom, het lijkt wel overal pijn te doen. Na 64 kilometer stop ik weer. De kramp komt steeds opnieuw opzetten en ik besluit even de schoenen uit te doen. Bezorgde toeschouwers informeren: ‘Ga het wel, kan ik je helpen?’ ‘Alleen water graag.’ De toeschouwers begonnen me overigens wat tegen te staan. Velen van hen gebruikten dit evenement om zichzelf vol te laten lopen met alcohol. Gelukkig waren er ook veel oprechte supporters die alle ultralopers gedurende de gehele wedstrijd volgden en aanmoedigden.

Ik strompel en wandel verder en besef dat het niet meer gaat. Dit kan ik niet nog eens vier uur gaan volhouden! Alles glipt uit je handen, geen clubrecord, sterker nog: zelfs uitlopen wordt onmogelijk. Na ongeveer 66 kilometer ga ik weer langs de kant zitten. Langdurig. Ik hoor de toeschouwers praten: ‘Hij heeft het opgegeven.’ Klopt! Alleen zal ik tot het 70 kilometerpunt doorlopen zodat ik m’n spullen bij de doorkomst kan pakken en kan gaan douchen. Het is genoeg geweest. Ik ben nog nooit uitgestapt tijdens een marathon of ultraloop en nu lijkt het toch te gaan gebeuren. Ik sta nota bene in de krant maar ga de wedstrijd niet uitlopen. Ik hoor de negatieve en spottende reacties al. Tussen de oren is het oorlog: ik wil niet stoppen maar ik weet dat nog eens dertig kilometer lopen te veel van het goede is. De benen blijven zich krampachtig gedragen en ik ben helemaal leeg. Ik voel me belazerd door m’n eigen lichaam; geen enkel slecht signaal en dan ineens de man met de hamer!

Als ik richting het bord van de 8 kilometer wandel, 68 kilometer dus, krijg ik een opmerking toegeworpen van een vrouw. Ze schreeuwt: ‘Pas op! Wandelaars!’ Ik weet dat het aan mij is gericht maar besluit er niet op in te gaan. Als ik door de mooist versierde straat loop pak ik langzaam weer wat tempo op, het is tenminste geen wandelen, hoewel het erg onooglijk uit ziet. Ik loop door het kleine stukje bos of park en sla vervolgens voor de zevende keer scherp naar links. In die straat zitten een heleboel mensen voor hun huis achter een tafel met een biertje in de hand. Eigenlijk is dat langs het hele parcours zo. Er staan op vele plaatsen boxen in de tuin waaruit of eigen gekozen muziek klinkt of ‘Radio Run’ – de lopers kregen op die manier ook flarden mee van het wedstrijdverloop.

Achter een van die tafels gebeurt het. Eerder die dag had daar nog iemand in een microfoon staan zingen, niet eens zo slecht, maar nu leken sommigen toch te veel te hebben gedronken. Ik sukkel voorbij de tafel en plots begint een van de mensen achter de tafel te praten. Beeld je het type maar in: man, jaar of vijfendertig, lang naar achter gekamd haar, dikke buik van het drinken en doorligplekken op de rug van het-op-de-bank-liggen. Zo’n type dus. Ik kan me de precieze bewoordingen niet meer herinneren, maar hij heeft me gedurende tien seconden behoorlijk wat zaken toegevoegd. ‘Je moet stoppen. Dit heeft geen zin, het ziet er niet uit. Hallo! Stoppen!’ Ik wist meteen dat hij tegen mij aan het praten was hoewel er wat estafettelopers in de buurt liepen. Ik stop, zet mijn zonnebril af en draai me in zijn richting.. Ik kijk hem een tiental seconden aan. Hij blijft praten en beledigen, hoewel een aantal van zijn vrienden/familie aan de tafel hem maant te stoppen met deze onzin. Hij blijft doorgaan. Ik kan hem van geen repliek bedienen en weet überhaupt niets uit te brengen behoudens een ongecoördineerd misbaar met een van m’n armen. Ik zet m’n bril weer op een loop verder. Ik ben des duivels en besluit van het ene op het andere moment om de Run uit te lopen. Ik laat me niet uit de wedstrijd praten door deze dronken druiloor! Als ik achteraf nuchter naar de situatie kijk, had ik hem gewoon op z’n bek moeten timmeren.

Dit gekke moment betekende wel een ommekeer. Vanaf dat moment pakte ik het lopen weer op. Ik wist dat ik me tergend langzaam moest herpakken. Kilometer voor kilometer, bij elke post even stoppend om cola te drinken en wat fruit en suiker te eten. Bij de doorkomst 70 kilometer bleek ik 1,22 uur over de laatste tien kilometer te hebben gedaan. Dat maakte niks meer uit. Geen snelle tijd meer, uitlopen was nu het doel, en dat was al heel wat. Het was pijnlijk, maar ik bleef bewegen. Van 70 tot 80 kilometer heb ik me behoudens enkele korte stops herpakt. De cola begon z’n werk te doen. Bij het ingaan van de een na laatste ronde wist ik dat het ging lukken. Geen euforisch tempo maar tien kilometer per uur. Dat is in zo’n situatie meer dan genoeg. Je bent totaal verstijfd en leeg. Je moet aan andere dingen denken en niet meer luisteren naar je lichaam.

Dan de bel – prachtig geluid op dat moment! – bij het ingaan van de laatste ronde. Ik heb wat reserves op kunnen bouwen en weet dat een tijd er onder de negen uur in zit, mits ik versnel. Dat lukt. Een schone blonde, deelneemster aan de estafette, spreekt ondersteunde woorden uit op het moment dat ik toch weer een paar seconden toegeef aan het lichaam. Ik besluit haar te volgen en doe dat wel negen kilometer lang tot de finish. Eindelijk. Ik kreeg meteen een deken om me heen geslagen en werd ondersteund richting de sporthal.

…………..

u ziet hoe het de mens die honderd (……) km te voet aflegt vergaat. Nu is mij bekend dat in vroeger tijden wij edellieden ons voetvolk hadden die de nodige lange afstanden te voet aflegden, maar hier werd geen ophef over gemaakt, het was hun beroep, men moet daarover verder niet miezemauzen. 

Leupen met Roderick (6).

Mocht u, ondanks alle goed raad welke ik u heb verstrekt, toch de onweerstaanbare aandrang voelen meer en harder te gaan lopen, kortom overvallen worden door het loopvirus, bedenk dan dat u uw tijd geheel anders zult moeten gaat indelen. U gaat serieus trainen, uw interesse verlegd zich naar praktische kleding, uw runningsuit wordt vervangen door een loopsetje met een vlinderbroekje (walgelijk ding). U gaat zich richten op prestaties, niet meer op uiterlijk, haaks op wat eens uw credo was! Niet meer “leupen met Reuderick”, maar trainen en presteren met Kees, Jan of Joop. Men smeert u een hartslagmeter aan, een verfoeilijk instrument, dit geeft aan hoeveel slagen uw hart per minuut maakt, een volkomen oninteressant gegeven, als u loopt, klopt uw hart toch wel. Voor de meesten die zich serieus aan het lopen wijden, gaat het meestal op deze manier. Het is echter moeilijk uw aard te verloochenen, wat vaker en harder trainen kan geen kwaad, maar zorg dat het niet ten koste gaat van uw uiterlijk, uw authenticiteit. Overigens heeft het harder en verder lopen voor u een nadeel: uw personeel zal ook harder en verder moeten lopen, bereid ze daar zorgvuldig op voor.

Tip 1 van Roderick: zorg dat u er altijd uitstekend uit blijft zien, ondanks uw nieuw loopelan. Kijk eens goed om u heen, de meeste lopers zien er niet uit, mager en slechtgekleed.

Tip 2 van Roderick: neem niet deel aan de eerste de beste wedstrijd, kies exclusieve locaties uit.

Laat u zeker niet overtuigen door me(d)elopers (want die krijgt u), die de “heilige” marathon vereren, loop deze afstand nooit, zelden zult u zo in uw eigen lichaam worden teleurgesteld. Neem eens plaats in de VIP box van de Rotterdamse marathon en let op de “lopers” die na ca 4 uur ploeteren de eindmeet bereiken. Dit is een armoedig gebeuren wat zijn weerga niet kent,  middeleeuws haast, ondanks de goedbedoelde aanmoedigingen. Trek het u niet aan en concludeer het enig juiste: geen marathon! Neem gerust nog een Chateau Petrus om afstand te nemen van dit onwelvoeglijke idee en laat u door uw chauffeur naar uw landgoed rijden.